Theologische toelichting

Wim Barnard (Zeist) heeft de afgelopen decennia voor Bonnefooi (eerst het Westhillblad) de theologische toelichtingen gemaakt voor iedere zondag, die uitgangspunt waren bij het maken van het materiaal: verhalen, bijbelse navertelling, werkvormen, gebeden en liederen voor de kinderdienst. Met ingang van zomer 2007 is dat overgenomen door drs. Anna Zegwaard (Apeldoorn) en dr. Evert van Leersum (Barneveld), die de lijn van de toelichtingen doorzetten, maar daar wel hun eigen exegese- en taalkleur aan meegeven. Beiden, als ook de redactie van Bonnefooi, zouden het op prijs stellen als wij van de gebruikers een reactie zouden krijgen op de ervaring met deze nieuwe toelichtingen. U kunt deze zenden aan info@kinderdienst.nl.

 

Oecumenisch leesrooster

 

Uit de bijbel

Zondag 7 januari 2018
Jesaja 55, 1 -11
Marcus 1, 1-11
RK: (Doop van de Heer) Jesaja 55, 1-11 en Marcus 1, 7-11
Alsof je nog ligt te slapen en ineens knipt iemand het licht van je kamer aan, zo opent het evangelie van Marcus. Geen voorzichtige inleiding, geen aanloopje, maar gewoon duidelijk en heel concreet: Het begin van het evangelie van Jezus Christus, zoon van God. Het laat nergens twijfels over bestaan en als lezer zit je er meteen middenin. Eigenlijk is daarmee de openingszin ook de samenvatting van het hele Bijbelboek. De vraag is voor de lezer in het verdere verhaal steeds: Waar wordt dat in het evangelie duidelijk dat Jezus, de Zoon van God is? Wanneer gaan de mensen om Jezus heen dat ook zien? En de eerste stap is, dat bij mensen de ogen hiervoor geopend moeten worden. Ze moeten worden voorbereid op de komst van Jezus onder hen. En daarom verschijnt meteen Johannes de Doper op het toneel, geheel naar de woorden van de profeet Jesaja: "Ik zend een bode voor je uit. Maak de weg van de Heer gereed." Op vakantie in Frankrijk zie je soms grote verschillen in de kwaliteit van de wegen. Je ziet mooie nieuwe rotonden en keurig strak asfalt afgewisseld met nabij gelegen rommelige of zelfs armoedige wegen. Vaak passeerde over deze nieuwe wegen de belangrijkste wielerronde van Frankrijk: de Tour de France. Omdat deze wedstrijd zoveel media-aandacht krijgt, zorgen de districten dat wat in beeld komt er keurig bij ligt. De wegen, de omgeving is klaar voor de komst van deze wedstrijd. En Johannes wordt op eenzelfde wijze vooruit gestuurd, namelijk om het volk klaar te maken voor de komst van Jezus, de door God gezonden Messias. De doop met water als teken van een nieuw begin, een nieuw stuk asfalt. Je eigen leven weer fris en opgeruimd. En op die nieuwe weg komt Jezus, die niet enkel doopt met water, maar ook met Geest. Het betekent dat op deze weg God bij de mensen zal zijn. Ze worden gedoopt met Gods aanwezigheid. Zoals in de woestijn God meetrok met zijn volk overdag in een wolk, 's nachts in een vuurkolom, zo zal Jezus degene zijn, die God voor de mensen dichtbij zal brengen. In de bestaande werkelijkheid gaan de gordijnen open en zien we ineens het volle licht: Dit is mijn Zoon, mijn geliefde. Daarin is vreugde, volg de nieuw gebaande weg.

 

Zondag 14 januari 2018
Jesaja 62, 1 - 5
Johannes 2, (1. 29) 1 - 11
RK: (2e zondag door het jaar) 1 Samuël; 3, 3b - 10.19 en Johannes 1, 35 - 42

Als het feest in de hemel is, dan zal het als een huwelijksfeest zijn. Liefde en trouw worden er gevierd. Dat wordt al wel duidelijk met de lezing uit Jesaja. De bruid, het volk Israël, krijgt een nieuwe naam, een nieuwe toekomst in de handen van de bruidegom. En zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal God zich over zijn volk verheugen (vers 5). Met deze belofte is de komst van Jezus gevuld: God woont bij de mensen en het is een feest. Maar wat als het feest over is, of als het feest geen feest meer kan zijn, omdat de omstandigheden tegenvallen. Dat lijkt hier in Kana te gebeuren: de wijn raakt op. En in de bijbelse tijd was dat voor het feest een ramp. Men had niet een kast met nog tien andere drankjes klaarstaan. Maar het is ook heel symbolische taal: wijn is de drank van Gods koninkrijk, is de drank van de overvloed. Wijn is gemaakt van de vruchten van de druivenranken. Als de wijn rijkelijk kan stromen, dan was er dus een goede oogst, genoeg om het leven te vieren. Het leven, het feest van de liefde, dreigt tot stilstand te komen. En dat mag niet gebeuren, en zo denkt Maria ook. Wie nog wat preciezer leest, die ziet dat Johannes dit feest op de 'derde dag' (vers 1) plaatst. De derde dag van de week (dinsdag) is voor joden nog steeds een geliefde trouwdag. Maar hier lijkt Johannes alvast een doorkijkje te willen geven naar die andere derde dag: de opstanding van Jezus. Het grote huwelijksfeest tussen God en mens zal Jezus zelf laten doorgaan door zijn liefde uit te schenken. Jezus schenkt zijn bloed uit om zo de wereld met God te verzoenen (zie ook Johannes 3,16-17). Tegen Maria laat hij enkel weten dat die tijd nog niet gekomen is. Maar vervolgens maakt Jezus wel mogelijk dat het feest gewoon doorgang kan vinden. En hoe! De liefdeswijn die hij nu laat schenken, is nog beter dan alle voorgaande wijn. Let goed op wat Jezus doet, want zijn liefde voor God en mens zal een smaakmaker zijn, die zijn weerga niet kent: Wat een feest!

 

Zondag 21 januari 2018
1 Samuël 3, 1 - 10(18)
Marcus 1,14-20
RK: (3e zondag door het jaar) Jona 3, 1 - 5.10 en Marcus 1, 14 - 20
In het evangelie van Marcus is Jezus los verkrijgbaar. Hij stapt op de eerste bladzijden van het evangelie naar voren en we weten niets van zijn afkomst. Dus ook niets over wie hij heeft moeten loslaten: Jozef en Maria, zijn ouders, het timmerbedrijf van zijn vader, zijn omgeving van vrienden en bekenden. Niets van dit alles. Jezus heeft zich wel moeten losmaken van kwade machten, daar in de woestijn als hij door de Satan verzocht wordt (vers 13). En nu trekt hij zelfstandig en ongehinderd rond in Galilea. De tijd is rijp. Hij gaat een nieuwe geschiedenis schrijven. En Jezus roept mensen om in dat spoor met hem mee te gaan: de eerste vier van zijn leerlingen. Zij zitten nog wel 'vast' aan hun afkomst: vissers met boten, personeel en een familiebedrijf. Misschien waren ze al de zesde of de zevende generatie vissers daar aan het meer van Galilea. En ze laten het zomaar uit hun handen vallen en gaan met Jezus mee. Mee met de man zonder afkomst, maar gedreven door de toekomst: Het koninkrijk van God is nabij, kom mee. Het verhaal staat ook symbool voor de gehele beweging die het volk zal moeten maken. Kom tot inkeer, die woorden horen bij dat nieuwe toekomstbeeld. Het betekende, dat God iets nieuws zou gaan doen, los van alles wat bij het verleden hoort. Kom tot inkeer, ga terug naar de basis en wees weer trouw aan God. Laat alle politieke agenda's over dat koninkrijk achter je en kom mee. Ook in het Oude Testament klinkt steeds de oproep om terug te keren op de weg van God, een weg van geloof in vertrouwen. En zo weg van de andere machten en krachten die om jouw aandacht strijden. Steeds klinkt er de oproep om in het spoor van Abraham te gaan, je geroepen te weten en het land van de toekomst te betreden door op weg te gaan en je van alle vaste patronen los te maken. Een spoor dat daarna gevolgd is door Mozes, door Samuël, door Elia en door Jezus. En nu breidt deze groep zich uit met de eerste vier leerlingen. Maar de evangelist Marcus heeft ook nog oog voor wie achterblijven: de dagloners blijven bij vader Zebedeüs achter, hij hoeft niet alleen zijn werk te doen.

 

Zondag 28 januari 2018
Deuteronomium 18, 15 - 20
Marcus 1, 21-28
RK: (4e zondag door het jaar) Deuteronomium 19, 15 - 20 en Marcus 1, 21 - 28

Het Hebreeuwse woord 'dabar' betekent zowel woord als daad. En dat is precies waar deze teksten over gaan. Want de onreine geest in de tempel roept uit: 'Wat hebben wij met jou te maken? (vers 24)'. Met andere woorden: waarom zouden wij naar jou moeten luisteren of moeten gehoorzamen? Om vervolgens even duidelijk te zeggen dat ze wel degelijk weten met wie ze van doen hebben. 'Jij bent de Heilige van God.' Je zou zo'n gebeurtenis misschien eerder op straat verwachten, maar het gebeurt in de synagoge. De plek waar de mannen samenkomen om naar de Joodse wet (Tora) te luisteren. Daar verwacht je dus niet, dat er ineens verzet komt van een onreine geest. Die zou anders ook zijn mond open hebben gedaan? Maar blijkbaar boezemt de aanwezigheid van Jezus en vooral zijn spreken de geest angst in en roert hij zich dus. De onreinheid wordt vooral duidelijk omdat deze geest niet wil luisteren en daarmee niet gehoorzamen aan de Tora. Hoe dat duidelijk wordt? Omdat de man hierdoor niet handelt naar de wet. Is het daarvoor eerst nodig woorden te horen en ze dan toe te passen? Of kun je ze gewoon doen zonder dat je alle facetten van de boodschap begrijpt? Het woord 'dabar' laat het dus in het midden voor wat betreft deze volgorde, het is allebei. En als Jezus deze geest bestraft, dan vallen daarmee woord en daad opnieuw samen. In het licht van de scherpe woorden uit Deuteronomium 18 wordt duidelijk wat er misschien wel mis was in deze synagoge. Er werd gelezen en geleerd uit de Tora, maar of er ook nog naar geluisterd werd, en dus gehandeld werd? De Geest was uit de woorden, verworden tot uitspraken van toen. Mozes zegt:… Rabbi zegt:….Maar hier treedt een man op met een 'dabar' voor het volk. En daarom is Jezus meer dan een rabbi of een profeet zoals Mozes. In Marcus 9,7 zal dit Johannes en Petrus duidelijk worden gemaakt, als een stem uit de hemel zegt: Dit is mijn geliefde zoon, luister naar hem. Een oproep om goed te luisteren èn daarnaar te handelen.

 

Zondag 4 februari 2018
2 Koningen 4, 18 - 21
Marcus 1,29-39
RK: (5e zondag door het jaar) Job 7, 1-4. 6-7 en Marcus 1, 29-39

'Je kunt alleen goed voor een ander zorgen, als je ook goed voor jezelf zorgt.' Je zou deze uitspraak zo als een tegeltje boven deze bijbelteksten kunnen zetten. In de eerste lezing is Elisa heel duidelijk over wat hij wel en niet kan doen voor de vrouw die hem bezoekt. Maar als ze vasthoudend blijkt te zijn, dan gaat hij toch wel mee. Het geloof en het vertrouwen van de vrouw haalt hem over toch af te reizen. Jezus timmert in de regio Kafarnaüm meteen(een stopwoordje in deze passages van het Marcusevangelie) goed aan de weg. Eerst drijft hij in de tempel een onreine geest uit, vervolgens gaat Jezus meteen door naar het huis van de schoonmoeder van Petrus (Petrus is/was dus getrouwd!). Daar voltrekt zich het volgende wonder, maar omdat het sabbat is, blijft dit binnenskamers. Pas laat op de avond - als de zon onder is, en daarmee de sabbat voorbij - mag er weer gewerkt worden en worden de zieken uit de buurt bij Jezus gebracht. Hij ziet hun nood en geneest hen. Vol met/van alle indrukken gaat Jezus uitgeput op zijn bed liggen. Maar de volgende ochtend gaat hij niet in dezelfde vaart verder. Hij zondert zich af en zoekt de rust op. Jezus zorgt voor zijn eigen ziel. Hij gaat niet mee in de beweging van het volk, en ook van zijn leerlingen, die naarstig naar hem op zoek zijn. 'Iedereen zoekt u.' Kom Jezus, je kunt je nu onsterfelijk maken. Maar Jezus wil niet de held uithangen, hij wil ook niet teveel ruchtbaarheid aan zijn wonderen geven, dat is slechts een uiting van het koninkrijk van God, niet het doel. Waar mensen hun ziel om macht of populariteit verkopen, gaat Jezus de massa uit de weg en zoekt hij de bron en doel van zijn aanwezigheid. Gekomen om te dienen, evenals de schoonmoeder van Petrus, dat weer kan doen. Jezus dient God in het gebed, maar zorgt daarmee ook voor zijn eigen ziel. Jezus stelt duidelijke grenzen en doet gebaseerd op zijn missie. 'Laten we ergens anders heen gaan' (vers 39), want ook daar moet het goede nieuws gebracht worden. Jezus is niet gekomen om de gevierde man in Kafarnaüm te zijn; hij is gekomen om al weldoende rond te trekken, zodat zichtbaar wordt, dat God onder het volk aan het werk is.

 

Zondag 11 februari 2018
2 Koningen 5, 1 - 3(4-8)9- 15b
Marcus 1, 40-45
RK: (6e zondag door het jaar) Leviticus 13, 1-2.44-46 en Marcus 1, 40 - 45
Twee verhalen, die goed op elkaar aansluiten en zowel apart als gezamenlijk in de kinderdienst een plek kunnen hebben. Beide gaan ze over huidvraat, een ziekte, die letterlijk aan je vreet. In beide gevallen vindt er een genezing plaats. Beiden krijgen ze een opdracht mee. In beide gevallen gaat het dus ook om de gehoorzaamheid aan die opdracht. De man die Jezus geneest houdt zich niet aan de opdracht om het wonder van zijn genezing stil te houden. Waarom wil Jezus niet dat het wonder doorverteld wordt? Jezus is bang dat mensen dan op hem af zullen komen en hem vooral vanwege de wonderen benaderen. En niet vanwege de boodschap die hij te brengen heeft. Maar er speelt nog iets. Mensen, die leden aan huidvraat, waren onrein. Naast dat ze ziek zijn, hadden ze de pech dat ze zich buiten de samenleving moesten ophouden. Zo mochten ze ook niet deelnemen aan de tempeldienst. Ze telden niet mee. Jezus geneest de man van zijn ziekte, maar zijn isolement kan alleen door de priester worden opgeheven. De priester moet hem rein verklaren, voordat hij weer mee kan doen. Maar als Jezus nu zelf mensen massaal rein zou maken, dan verliezen de priesters daarmee ook hun positie in de samenleving. En daar is Jezus ook niet op uit. En dus hoeft het nieuws niet te worden verspreid, het doel is het herstel van de man en zijn positie in de maatschappij. Maar door zijn loslippigheid wordt Jezus zelf nu als een onreine. Hij kan zich niet meer in de dorpen vertonen en moet dus te midden van de verschoppelingen leven. Een voorbode hoe zijn leven zal zijn. Gekomen om te dienen zal hij zich moeten schuilhouden om die missie te kunnen volhouden. Ook Elisa moet standhouden en niet mee gaan in de cultuur van 'voor wat - hoort wat'. Nu Naäman geaccepteerd heeft, dat - het stroompje dat de Jordaan is - van hetzelfde kaliber is, als de grote Syrische rivieren, moet hij ook leren dat het wonder van zijn genezing niet betaald hoeft te worden met goederen. Hij mag voortaan zijn leven leiden uit dank voor wat God hem zomaar - en niet vanwege zijn koninklijke status - via de profeet geschonken heeft.

 

 

 

 

 

 

 

terug naar start